In een slimme stad tiert het Internet of Things welig door de aders van haar talloze netwerken. Inwoners zitten er, al dan niet comfortabel, middenin. Maar bestaat er in een smart city wel zoiets als een perfect huwelijk tussen burger en technologie?

Steden groeien en ontwikkelen zich sinds enige tijd mee met de digitale revolutie. Internet of Things-toepassingen integreren zich in verscheidene netwerken, waardoor het ‘IQ’ van een stad als Antwerpen aanzienlijk stijgt. We spreken dan van een smart city, die het leven van haar burgers gemakkelijker willen maken door stedelijke features te verbeteren.

Dingen activeren dingen
In een slimme stad wordt via allerlei soorten informatie-en communicatietechnologieën grootschalige data verzameld over hoe inwoners hun stad gebruiken. En daarbij zijn niet enkel mensen, maar ook de dingen verbonden met het internet. Geert Standaert, chief technology bij Proximus, legt uit wat dat inhoudt: “Elke IoT-toepassing gaat ervan uit dat we bestaande dingen zoals parkeerplaatsen of straatverlichting intelligenter bedienen en automatiseren. Informatie wordt verzameld om acties uit te voeren en verschillende dingen met elkaar te verbinden. Zo kan data van een ‘ding’ – je auto – een actie bij een ander ‘ding’ – straatlantaarn aan – activeren.”

 

Data verzameld via een LoRa-netwerk zal na zoveel jaar gebruikt worden om real time zaken aan te sturen – Geert Standaert

 

LoRa: het nieuwe internet
Het aantal voorwerpen dat geconnecteerd is met elkaar, zal bovendien in de toekomst exponentieel toenemen. Daar is een nieuw soort draadloos netwerk voor nodig, en dus is het Long Range, Low Power (LoRa) geïntroduceerd, een radiotechnologie op lange afstand. geïntroduceerd. Standaert: “Niet alle dingen die we willen connecteren hebben een hoge bandbreedte nodig en een daarmee gepaard groot batterijverbruik. Melden dat een vuilnisbak vol is, vergt slechts een kleine boodschap, veel kleiner dan een sms’je.”

Data real time gebruikt
Daar komt het LoRa dan van pas, waarop na ettelijke jaren miljarden dingen verbonden zullen zijn en dus ook onnoemelijk veel data zullen vergaren. “Die data zal dan gebruikt worden om real time zaken aan te sturen. En dan kun je beginnen dromen, natuurlijk.” Denk aan hulpdiensten die automatisch worden gebeld bij het falen van een pacemaker, lichten die automatisch op groen springen onderweg naar de patiënt en noem maar op.

Altijd gebrek aan informatie
De toekomst ziet er dus redelijk rooskleurig uit. Toch horen er enkele nuances te worden gemaakt bij zulke ‘verbeteringen’. Een bepaalde stadsproblematiek aanpakken volgt namelijk niet zomaar een probleemloos parcours. “In feite is er maar één bepaalde groep mensen, vaak grote multinationals, die definieert wat het probleem is een stad,” zegt professor stadssociologie Stijn Oosterlynck. “En dat is zogezegd altijd een gebrek aan informatie. Dus wat doen ze? Gegevens verzamelen, applicaties ontwikkelen en zo ‘informatieproblemen’ oplossen.” Met andere woorden: alles wordt een kwestie van gebrek aan informatie, waardoor er een verschuiving en marginalisering volgt van sociale problemen die niet zo gauw met technologie en grootschalige data vallen op te lossen, zoals bijvoorbeeld armoede.

 

Je moet kijken naar hoe IoT-toepassingen gebruikt kunnen worden, omdat je ook slimme burgers nodig hebt – Stijn Oosterlynck

 

Slimme technologie & slimme burgers
Het vraagstuk van de stadsproblematiek is dus zeker niet rechtlijnig. Een bijkomende vraag is of een smart city werkelijk op de noden van de burger inspeelt dan wel gewoon een dekmantel is om technologie te verkopen en aanwenden. “In de definitie van een slimme stad wordt een sterke nadruk gelegd op technologieën,” meent Oosterlynck. “Als je een stad wilt laten functioneren, moet je echter kijken naar hoe die toepassingen gebruikt kunnen worden. Je hebt eigenlijk ook slimme burgers nodig.”

Democratische technologie
Een discussie onder het volk over technologieën in een smart city blijkt nodig. Een echte vooruitgang houdt in dat echte problemen worden aangepakt, en die moeten eerst geconstateerd worden door de werkelijke interactie tussen inwoners. “We moeten op zoek gaan naar inherent democratische technologie die door heel veel mensen georganiseerd en gebruikt kan worden. En zo moeten en kunnen we naar een slimme stad toe werken.”

Ruimte voor IoT
Daar is zeker nog ruimte toe, want steden hebben anno 2016 nauwelijks hun teen in het IoT-water gestoken. Standaert: “Afzonderlijke IoT-projecten zullen meer op elkaar beginnen inspelen en dan zal het veel duidelijker worden voor inwoners hoe slim hun stad écht is.” Ondertussen blijven we gewoon communiceren, van mens tot mens en van ding tot ding.