We ontmoeten Thierry Geerts op het kleurrijke hoofdkantoor van Google in Brussel. Alles ademt er een relaxte en speelse sfeer uit, alsof je bij een kleine start-up binnenstapt. Maar vergis je niet: dit bedrijf draaide in 2015 bijna 75 miljard dollar omzet.

Hoe belangrijk is België voor Google?
“België is best belangrijk voor Google. We zijn geen Europees hoofdkwartier, maar we ontplooien hier natuurlijk wel commerciële activiteiten. Daarnaast is er ook de aanwezigheid van de Europese instellingen. Dat is belangrijk omdat we op de hoogte willen blijven van alles wat met policy en regulatie te maken heeft. En, zeker niet vergeten, er is ons datacenter in Bergen, waar al honderden mensen aan de slag zijn.”

Het brede publiek kent sinds een jaar of twintig internet. Wat is het meest opmerkelijke dat dat met zich heeft meegebracht?
“Wel, er zijn nu ongeveer 2,5 miljard mensen online en we hebben er inderdaad ongeveer twintig jaar over gedaan om dat aantal te bereiken. Die groei zal nog verder versnellen. Tegen 2020 verwachten we vijf miljard internetgebruikers. Dat betekent dat er alweer een gigantische hoeveelheid informatie gaat bijkomen en slaat ook terug op onze missie: alle informatie van de wereld organiseren en toegankelijk en bruikbaar maken voor iedereen. Die missie zal alleen maar relevanter worden. Het mooie is dat IT stilaan ‘verdwijnt’. Het wordt onzichtbaar, je gebruikt een toestel en je kunt beginnen werken, zoeken of spelen. Vroeger moest je een halve ingenieur zijn om met een pc te kunnen werken. Je moest rare commando’s van buiten leren en intikken… Dat is voorbij. IT is complexer maar tegelijk ook eenvoudiger geworden. Heel opmerkelijk eigenlijk. Het is niet meer iets voor de happy few.”

Jullie geloven ook erg in de cloud: rekenkracht die uit de muur komt.
“Cloud computing is veiliger, goedkoper en gemakkelijker om mensen te laten samenwerken. Zeker dat laatste wordt nogal eens vergeten. Tijdens de Industriële Revolutie was een bedrijf sterk als het een sterke hiërarchie en rigide processen had. Nu is het sterk als het erin slaagt om haar medewerkers vlot te laten samenwerken en te connecteren met elkaar. En dat zal niet per se altijd in hetzelfde kantoor zijn. Er komen heel veel mensen en devices bij op het net en mensen brengen hun toestellen mee naar het werk. Je kunt als bedrijf niet telkens je complete infrastructuur daarvoor gaan aanpassen. Dus wij zeggen: laat ons die technologie-kant verzorgen, wij zullen servers bouwen en back-ups nemen. Van de rest moet de bedrijfsleider zich niks aantrekken. Zo kan die zich toespitsen op de vraag: wat is relevant voor mijn klanten en medewerkers? Als je alle loodgieterij uit IT haalt, maak je de weg vrij voor echte innovatie.”

 

Thierry

 

Dat gebeurt nog te weinig?
“Wel, ik probeerde laatst een verzekering online af te sluiten. Ik ben er niet doorgeraakt (lacht). Daar worden waarschijnlijk heel intelligente procedures voor ingezet, maar dat is net het probleem: er is te veel aandacht voor de procedures en machinerie en nog te weinig voor de klant. Vooral bij grote, multinationale bedrijven. Kmo’s springen er vaak soepeler mee om. Voor ik bij Google werkte, zat ik in de uitgeverswereld. We hadden twee vestigingen, in Brussel en Namen. Als we met de directie een videoconferencieg wilden houden met Namen, moesten we daarvoor eerst bij de IT-afdeling langsgaan. Het was on-mo-ge-lijk de verbinding zelf op te zetten. En dan spreek ik over 2011! Nu denk ik: hoe kan het dat we dat zo lang op die manier deden? En er zijn nog altijd bedrijven die zo werken.”

Je moet met digitale innovatie kunnen inspelen, als dat niet lukt wordt je irrelevant

Sommige bedrijven zullen wat er nu gaande is ook wel als een bedreiging aanvoelen?
“Klopt. De voordelen van altijd geconnecteerd te zijn, zijn enorm: toegang tot opleiding, gezondheidszorg, cultuur, entertainment… dat gaat nooit meer weg. Het brengt ook een enorme versnelling van je business mee. Bedrijven die het internet inzetten, groeien sneller en exporteren meer. Het is dus een enorme opportuniteit. Maar je moet ermee kunnen omgaan en erop inspelen. Lukt dat niet, dreig je irrelevant te worden. Maar er is nog rek hoor: in België is 3 procent van de economie digitaal, in Nederland 6 procent en in het V.K. al 10 procent. We hebben dus een achterstand weg te werken. Daarom organiseren we met Google het Digitaal Atelier: gratis offline en online opleidingen om Belgische kmo’s de nodige digitale vaardigheden bij te brengen.”

Als ik van plan ben een auto te kopen, vind ik autoreclame nuttig en relevant.

De meeste zaken die Google online aanbiedt, zijn gratis en worden betaald met reclame. Wordt reclame dé munt van het net?
“Het klopt dat we bepaalde diensten aanbieden met reclame. Niet altijd hoor, zoek maar op pakweg ‘Albert Einstein’ en je zult geen advertenties zien. Ik denk ook wel dat reclame nuttig kan zijn in veel gevallen. Als ik van plan ben een auto te kopen, vind ik het niet erg om autoreclame te zien, dan is dat relevant. Anderzijds: als ik ’s avonds thuiskom en geëntertaind wil worden, dan zal ik eerder diensten gebruiken die betalend zijn. Ik denk dat veel bedrijven die duale piste zullen bewandelen. Wij ook: sommige diensten bieden we betalend aan, Google for Work bijvoorbeeld. Andere zijn gratis en met reclame, zoals YouTube. Overigens: reclame is slechts een deel van onze inkomsten. De licenties-business groeit veel harder en is significant geworden in de totale Google-omzet.”

De licenties-business groeit veel harder dan de reclame-business

Ook privacy is een handelswaar geworden op het net. Hoe gaan jullie daar mee om?
“Privacy is superbelangrijk voor ons. Wij verkopen bijvoorbeeld nooit data van onze gebruikers. Het probleem is dat veel mensen er nog te weinig van wakker liggen. Ik denk vooral dat we het debat minder populistisch moeten voeren en duidelijk aangeven wat we willen. Bijvoorbeeld: 100 procent privacy is heel nobel, maar als je nooit cookies aanvaardt, zal je bijvoorbeeld op elke site telkens opnieuw moeten ingeven dat je Nederlandstalig bent. Niemand wil dat.”